VENTILATIE

Nu de nationale kierenjacht overal z’n sporen heeft nagelaten en er in de eisen, die aan woningen worden gesteld, allerlei voorschriften gelden, komen we er niet meer onderuit om bewust naar “ventilatie” te kijken.
Het is natuurlijk wenselijk om als het waait en de buitentemperaturen laag zijn niet op de tocht te zitten. Maar nu “natuurlijk ventileren” een zeldzaam verschijnsel wordt zijn er nieuwe problemen bij gekomen.
Dus eerst maar even wat theorie…

Ventilatiebehoefte
Mensen ademen zuurstof in en CO₂ uit, open gastoestellen als fornuizen en oudere geisers en kachels doen dat ook.
Planten daarentegen produceren overdag (in het licht) zuurstof en gebruiken juist CO₂. Maar ’s nachts niet! Dan produceren ze ook CO₂. Het CO₂-gehalte wordt tevens aangehouden als indicator voor luchtverontreiniging.
Bij het koken en andere activiteiten ontstaan luchtjes die je graag weer kwijt wilt en als er veel vocht geproduceerd wordt (bijv. door wassen en douchen) dan wil je daar ook vanaf.
Benauwd
Bij teveel CO₂ in de lucht krijgen mensen het benauwd. Het heeft te maken met gezondheid en leeftijd op welk moment dat merkbaar of storend wordt. Er is aangetoond dat op scholen de leerprestaties bij kinderen snel afnemen bij hogere waarden.
Voor gezonde volwassenen (20 tot 55 jaar) zou een grenswaarde van 800 ppm (parts per million) moeten worden aangehouden; voor ouderen (> 55 jaar) en kinderen 700 ppm en voor de groep met aandoeningen in intoleranties 600 ppm. Vanaf 600 à 700 ppm kan dan al irritatie ontstaan aan ogen en luchtwegen.
NB – Het Bouwbesluit (2003) gaat uit van 1.200 ppm [bron].
Nu het CO₂-gehalte van de atmosfeer stijgt (sinds het begin van de industriële revolutie met 43% – het einde van de stijging is nog lang niet in zicht), wordt goede ventilatie nog belangrijker.
Hoeveelheden
Het is altijd gebruikelijk geweest om per soort ruimte waarden voor te schrijven van verversingshoeveelheden. Die houden echter geen rekening met de actuele bezetting en het soort gebruik op een bepaald moment. Als gevolg daarvan kan er dus ook méér worden geventileerd dan nodig en dat heeft in de winter warmteverlies en bij mechanische ventileren onnodig stroomverbruik tot gevolg.

Problemen
Nu goede ventilatie en zuinig energiegebruik norm zijn, én die twee elkaar in de weg zitten, is het gebruikelijk geworden om warmtewisselaars te gebruiken (ventilatie met warmteterugwinning – WTW). Daarmee wordt een belangrijk deel van de warmte uit de lucht teruggewonnen, zodat het verlies minder wordt (alleen van belang in het stookseizoen). Die apparatuur is voorzien van filters – dat vergt onderhoud en dat wordt nogal eens vergeten.
Droge lucht
Een extra probleem is, nu ook alle vocht van koken en douchen wordt weg geventileerd, dat de vers aangevoerde lucht bij een koude winter uitgesproken droog is. Vooral als het vriest zakt de waarde snel. Dat geeft niet zolang die lucht koud blijft. Bij opwarming echter zakt de relatieve vochtigheid gemakkelijk tot onaanvaardbaar lage waarden en wordt de lucht te droog. Irritatie aan ogen (contactlenzen) en luchtwegen is het gevolg…
Bevochtigen
Nu is er inmiddels wel apparatuur die het vocht uit de afgevoerde lucht (condens) weer teruggeeft aan de verse lucht, maar dat kost extra energie. Net als overigens elke andere mechanische luchtbevochtiger.
Maar ook als je je kamerplanten het werk laat doen wordt er warmte onttrokken. In het laatste geval kost het in elk geval geen extra stroom!

Oplossingen
Omdat de ervaren temperatuur een optelsom is van de stralingstemperatuur, de luchttemperatuur en de luchtbeweging, is in te zien dat in een beschutte omgeving bij veel stralingswarmte de luchttemperatuur lager kan zijn. Zo kun je bij wijze van spreken in de bergen bij mooi weer, zolang je beschut zit, in je bikini zonnen terwijl het vriest!
Dus als je thuis vloer-, wand-, plafondverwarming – of een combinatie daarvan – hebt is bij gelijkblijvend comfort de luchttemperatuur lager. De verliezen door ventilatie zijn dan meteen kleiner en de lucht wordt minder droog.
Ook is het mogelijk de ventilatie variabel te maken met de inzet van een hygrostaat (vochtmeter) in vochtige ruimten en een CO₂-meter in de belangrijkste gebruiksruimten.
Het systeem kan vraaggestuurd worden: er wordt dan alleen geventileerd als het echt nodig is.