Het wordt vanzelf leuk

 

Duurzaamheid en geld. In alle gesprekken met mensen, die in hun huis iets met duurzaamheid doen, gaat het ook over geld. René Rorije noemt zichzelf een natuurmens, maar schafte pas zonnepanelen aan toen hij met zijn gezin een vaste woonplek had gevonden. “In ons vorige huis dachten we dat we daar niet lang genoeg zouden wonen om financieel verstandig te investeren in panelen.” Betsy Bonhof ging pas over tot panelen toen ze een kleine erfenis kreeg. En meneer Hendriks, 72 jaar, windt er geen doekjes om: “Het is goed voor het milieu, maar ik heb het alleen gedaan omdat het niet slechter is voor mijn portemonnee. In 2012 was er een actie,” vertelt hij, “ik heb toen zitten rekenen. Dat was nog niet zo gemakkelijk. Wat kost de aanschaf? Wat betaal ik de energiemaatschappij per kilowattuur? Wat krijg ik terug voor elke kilowattuur die van mijn panelen het net op gaat?”
Uit zijn verhaal blijkt dat het nog niet zo eenvoudig is om in je eentje uit te vogelen hoe het zit, wat het kost en wat het oplevert. “Een belangrijk deel van de winst komt door de huidige regelgeving over de vergoeding voor mijn kilowattuur aan het elektriciteitsnet,” beargumenteert Hendriks. “Als de overheid de regels verandert, kan die winst zomaar weg zijn.” Duurzaamheid blijkt voor de individuele burger vooral nog pionieren. Veel moet je zelf uitzoeken. Dat vraagt tijd. Het is vaak ingewikkeld en lastig. Maak maar eens een keus tussen alle aanbieders van zonnepanelen. Ina en Robert Scholma hebben zich ook georiënteerd, verdiept, offertes aangevraagd en uiteindelijk met subsidie 12 zonnepanelen aangeschaft. “Je doet het niet alleen om de symboliek. Het gaat ook om minder CO₂-uitstoot. Mensen zouden meer vanuit economische motieven moeten redeneren. Het wordt vanzelf leuk,” lacht Ina, “als je je meter terug ziet lopen!”

Stan Fritschy